zaterdag 4 april 2015

Pasen (2015)
Dit is niet alleen om hem [d.i. Abraham] geschreven, dat het hem toegerekend is, maar ook om ons, die het zal toegerekend worden, indien wij geloven in Hem, Die onze Heere Jezus opgewekt heeft uit de dood – Die overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt is om onze rechtvaardiging (Romeinen 4:24-25, weergave DB 1545).
(…) U hebt in de eerste aanblik gezien: dat uw zonden aan de hals van Christus zijn gehangen en dat uw zonden Hem aan het kruis hebben gehecht. Nu ziet u dat deze droeve aanblik niet lang duurt, want op derde dag staat Hij op uit de dood. Dan brengt onze lieve Heere Christus een nieuw, schoon, genezen, vriendelijk en vrolijk gelaat met Zich. Dit tweede beeld moet u óók zien: namelijk dat u aan Hem geen zonden meer kunt zien, maar alleen zuivere gerechtigheid, geen smart of droefheid, maar alleen vreugde en blijdschap, geen dood, maar alleen leven.
Wat u nu ziet, is het eeuwige leven dat het tijdelijke leven oneindig te boven gaat. Bij deze tweede aanblik moet men zich verheugen. Het eerste beeld, wanneer wij dat met uitwendige ogen zien, is wel afschuwelijk, maar als wij de oorzaak weten waardoor dit gekomen is, moeten we er vrede mee hebben. Dan ziet u immers dat God uw zonden van u heeft afgenomen – u kon die niet dragen, u moest in uw zonden omkomen – en die op Zijn Zoon heeft gelegd, de eeuwige God, Die sterk genoeg is om uw zonden te dragen (vgl. Jesaja 9:5). Laat daar uw zonden liggen, want er is geen betere plaats. U zult geen andere plaats kunnen vinden waar ze u zo weinig drukken en bezwaren.
Neem daarna dit beeld ook in u op: u ziet dat uw Heere Christus, Die om uw zonden zo’n gruwelijke en ellendige gestalte had, nu schoon, rein, heerlijk en vrolijk is, en alle zonden aan Hem verdwenen zijn. Hier moet u de rekening verder opmaken: als uw zonde niet meer op u liggen omwille van Christus’ lijden, maar door God Zelf van u afgenomen en op Christus gelegd zijn – en na Zijn opstanding óók niet meer op Christus liggen – waar zouden ze dan zijn? Dan is het immers waar wat Micha zegt: ‘Ze zijn in de diepte der zee verzonken’ (vgl. Micha 7:19). Daar zal geen duivel of enig schepsel ze ooit weer kunnen terugvinden.Am Ostertag 1531, Hauspostille 1544, vgl. WA 52, 247, 10 – 248, 2 (verkort).
Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com en van onze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage).


dinsdag 31 maart 2015

Het kruis van Christus

Wie wil zich ergeren aan het kruis? Wie wil deze dood voor een verachte dood houden? Wie wil God niet van harte danken dat Zijn Zoon aan het kruis hangt, beladen met onze vloek vanwege onze zonden? Christus hangt daar als een vervloekte, als een vijand van God, Die door God in schande, nood en angst gebracht wordt. Dit gebeurt voor ons, voor mij en u, opdat wij gezegend zouden worden. Als de vloek op ons bleef liggen, moesten wij de zegen voor altijd missen, maar nu komt het gezegende Zaad, Christus. Hij neemt de vloek die op ons ligt, van óns op Zich en de zegen die Hij bezit, werpt Hij op ons (vgl. Galaten 3:13-14).
Volgens wat wij hier uitwendig zien, is de dood van de Heere Christus een verachte en vervloekte dood, zoals God Zelf de dood aan het hout een vervloekte dood noemt (vgl. Deuteronomium 21:23). Waarom toch? Omdat al onze zonden aan dit hout hangen – onze zonde en vloek! Dat wil zeggen: Gods toorn en alle ongelukken komen hier tezamen. Daarom zegt Jesaja: ‘Wij zagen Hem, maar er was geen gestalte dat wij Hem zouden begeerd hebben, Hij was de verachtste en onwaardigste van alle mensen, vol smart en krankheid. Hij was zo veracht dat men het aangezicht voor Hem verborg, daarom hebben wij Hem niet geacht’ (vgl. Jesaja 53:2 vv).
Onze natuurlijke ogen ergeren zich aan deze verachte en door God vervloekte dood – maar toch het is voor ons een zalige dood, die de vloek van ons wegneemt en Gods zegen over ons brengt. Het hout, dat op zich een vervloekt hout is, is voor ons een zalig hout, een verheven en kostbaar altaar, waarop Gods Zoon Zichzelf aan Zijn Vader offert voor onze zonden. Hij is de ware, eeuwige Priester, Die aan het vervloekte hout gehangen wordt en het tot een zalig altaar maakt, opdat wij van zonden verlost tot Gods genade komen en Zijn kinderen worden (vgl. Johannes 1:12).