donderdag 11 juni 2015

Zesde bede: En leid ons niet in verzoeking
Als het woordje verzoeking niet zo algemeen en bekend was had ik liever het woordje ‘aanvechting’ gebruikt. Want het is duidelijker uitgedrukt als we zeggen: ‘En leid ons niet in aanvechtingen.’ In dit gebed leren wij hoe ellendig dit aardse leven is. Dit leven is puur en alleen één lange aanvechting. Het is niet verstandig om te denken dat hier beneden vrede en rust te vinden is. Niemand zal het zover brengen. Het is alles vergeefs, hoezeer wij ook allen naar rust en vrede verlangen. Het leven is en blijft vol aanvechtingen.
Daarom bidden we niet: ‘Neem de aanvechtingen van ons,’ maar we bidden: ‘Leid ons niet ín aanvechtingen.’ Als iemand die zegt: ‘Wij zijn van alle kanten omgeven en omringd met aanvechtingen en kunnen ons er onmogelijk van verlossen, maar, o Vader, help ons toch dat wij er niet in toestemmen en door overwonnen en overheerst worden.’ Want wie er in toestemt, die zondigt niet alleen, maar wordt ook een gevangene van de zonde.
Je kunt je echter wel verdedigen en raad krijgen door in gebed God om hulp te bidden. In het boek over het leven van de [woestijn]vaders lees ik dat een jonge broeder begeert om van zijn zondige gedachten verlost te worden. Toen sprak de oude vader: ‘Lieve broeder, dat de vogels in de lucht je over het hoofd vliegen, kan je niet helpen; waar je wél voor moet bidden is, dat ze in je haren geen nest bouwen.’ Net zoals Augustinus zegt: dat wij ons in verzoeking en aanvechting niet zelf kunnen verweren, maar, om er toch niet door overwonnen te worden, kan je met bidden en roepen tot God deze wel weerstaan.Auslegung des Vaterunsers für die einfältigen Laien, 1519, vgl. WA 2, 122, 33 – 123, 12; 124, 24 – 32
Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com en van onze website: www.maartenluther.com(contact op de homepage).

Vijfde bede: Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schulde­naren.
Er zijn mensen die hun eigen zonden vergeten en de zonden van hun naaste zo groot maken dat zij zonder zich te schamen durven te zeggen: ‘Ik wil en kan hem dat nooit vergeven, ik kan hem nooit meer liefhebben.’ Dezen hebben balken (vgl. Mattheüs 7:3 vv), ja, hele boomstammen in hun ogen en kunnen niet zien. Maar aan het splintertje of het kleine takje in het oog van hun naaste willen zij niet voorbijgaan. Op deze manier houden zij hun eigen zonden voor niets, maar de zonden van hun naaste meten zij breed uit.
Zij willen dat God hun eigen grote schuld vergeeft, terwijl zij – als het hun naaste betreft – het geringste niet ongewroken willen laten. Al zouden zij geen andere zonde of schuld hebben, dan is toch deze balk in hun oog al groot genoeg. Zij willen niet alleen niet vergeven, maar bovendien eigenen zij zich toe wat God alleen toekomt (vgl. Romeinen 12:19). God is wonderlijk in Zijn richten en in Zijn rechtvaardigheid, want God zoekt de grootste schuld in hem die niet vergeven wil, en niet in hem die de schade en het leed veroorzaakte.
Daarom wordt voor allen die niet willen vergeven, deze bede tot zonde, zoals in de Psalmen staat: ‘Zijn gebed zal tot zonde zijn (vgl. Psalm 109:7). Zodat, terwijl ze bidden om Gods genade, zij zich juist Gods toorn en ongenade op de hals halen. Het is alsof je luid roept: ‘Ik wíl niet vergeven!’, maar toch voor God gaat staan en met de mond murmelt: ‘Vergeef ons onze schulden, gelijk wij onze schuldenaren vergeven.’ Dan zeg je zoveel als: ‘O God, ik ben een schuldenaar bij U, zoals ikzelf ook een schuldenaar heb die mij schuldig is. O God, nu wil ik hem niet vergeven, daarom wilt U ook mij niet vergeven. Hoewel U mij gebiedt te vergeven, wil ik U toch niet gehoorzamen. Ik wil liever U, Uw hemel en alles opgeven en eeuwig bij de duivel zijn.’
Kijk nu eerst eens, arm mensenkind, of je een dergelijke vijand hebt of verdragen moet, die je voor de mensen zo vervloekt maakt, als dat je nu jezelf voor God en alle heiligen vervloekt maakt met je eigen gebed? En wat heeft hij je gedaan? Een tijdelijk verlies! Wel, waarom wil je dan jezelf om een klein tijdelijke verlies in het grote en eeuwige verlies storten? Let eens op, o mens, niet een ander benadeelt je, maar door niet te vergeven breng je jezelf een eeuwig nadeel toe, zoals de hele wereld je niet kan aandoen.Auslegung des Vaterunsers für die einfältigen Laien, 1519, vgl. WA 2, 118, 27 – 119, 18
Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com en van onze website: www.maartenluther.com(contact op de homepage).