Hemelvaartsdag (2015)
‘Want ook het schepsel zelf zal vrij worden van de dienst der vergankelijkheid, tot de heerlijke vrijheid van Gods kinderen. Want wij weten dat de hele schepping met ons zucht en in barensnood is tot nu toe ’ (vgl. Romeinen 8:21 vv, weergave DB 1545).
De apostel laat ons in deze woorden zien dat alle schepselen die God heeft geschapen (vgl. Genesis 1:1-31), eenmaal weer vrij zullen worden van hun dienst aan het vergankelijke. Wat wil dat zeggen? Dat alle schepselen tot de jongste dag ‘dienstknechten’ en ‘dienstmeiden’ zullen zijn – niet van de vromen, maar van de duivel en de zondaren. Nu beklaagt Paulus zelfs de lieve zon en alle andere schepselen dat zij de duivel en de onderdrukkers moeten dienen. Denk evenwel niet dat zij dit gewillig doen – ze verdragen het echter toch en wachten. Waarop? Op de heerlijke vrijheid van Gods kinderen.
Dán zijn de schepselen van deze kwade dienst verlost en hoeven zij niet meer onderworpen te zijn aan de duivel en de zonde. De schepping zal dan ook vrij worden en veel heerlijker en mooier. Voortaan zal zij alleen de kinderen van God dienen en geen gevangene meer zijn van de duivel, zoals nu het geval is. Daarom zegt Paulus dat de hele schepping uitziet naar de uitnemende openbaring en heerlijke bevrijding van Gods kinderen. Hij zegt: ‘Niet alleen de schepping doet dat, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben – ook wij zuchten en verlangen in ons zelf naar het kindschap en wachten op de verlossing van ons lichaam’ (vgl. Romeinen 8:23).
In het Onze Vader bidden, roepen, zuchten en verlangen wij dit ook in de bede ‘Uw Rijk kome’. Daarin bidden wij: ‘Geef, lieve Heere, dat de zalige dag van Uw heerlijke toekomst spoedig komt, dat wij uit deze ellendige wereld, het rijk van de duivel, verlost en bevrijd worden. Zodat wij eindelijk worden ontheven van de gruwelijke plagen, die wij uitwendig en inwendig, zowel door mensen als door ons eigen geweten moeten lijden.
Heere, dood toch dit sterfelijk lichaam hoe langer hoe meer, totdat wij eenmaal een nieuw lichaam krijgen dat niet zo vol zonde en tot alle verdorvenheid en ongehoorzaamheid geneigd is, zoals het nu is. Dat is een lichaam dat niet meer ziek hoeft te zijn, geen vervolgingen meer hoeft te lijden en ook niet meer hoeft te sterven, maar – weer met de ziel verenigd – verlost is van alle lichamelijk en geestelijk ongeluk, en eindelijk gelijkvormig zal zijn aan Uw verheerlijkt lichaam. Lieve Heere Jezus Christus, geef dat die vrolijke en heerlijke dag van onze verlossing spoedig komt. Amen, ja kom Heere Jezus. Amen.’
Predigten des Jahres 1535, vgl. WA 41, 316, 24 – 317, 21 (verkort).
Uit een preek met als opschrift: ‘De heerlijke troost der christenen in allerlei lijden en droefheid, uit het achtste hoofdstuk van de Brief aan de Romeinen, door D. Mart. Luther gepreekt op 20 Juni, Anno 1535.’
Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com en van onze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage).