zaterdag 16 mei 2015


Gods recht!

Deut. 30: 11-20
Math. 22: 37-39

Wie zich houdt
aan de regels van het huis,
is daar altijd welkom
en weet zich daar thuis.


Wie zich houdt
aan het gebod van God,
overkomt geen oordeel,
op wat hem geboden wordt.


Wie zich houdt
aan wat men belooft
op hen wordt vertrouwd,
wat men zegt wordt geloofd.


Wie zich houdt
aan Gods Woord,
door Zijn Geest dat gelooft,
wordt van eeuwig leven niet beroofd.


Wie zich niet houdt
aan Gods wet,
wordt door God,
daarvoor doodschuldig gezet.


Wie Gods recht erkent,
zijn overtredingen belijdt,
wordt door 't geloof in Gods Zoon,
van de straf daarop bevrijd.


Wanneer jij en ik dat zijn,
heeft Jezus ons als de zijnen erkend,
waarvoor Hij Zijn bloed heeft gestort,
waar Gods recht in gevonden wordt.


Soli Deo Gloria!
www.liederen-en-gedichten.blogspot.com

Maarten Luther:

De rechtvaardiging is: ongeacht dat wij onszelf al hebben veroordeeld en onze zonden erkend, dat wij dan toch niet wanhopen vanwege het oordeel Gods (omdat dit gebed ons schuldig verklaart), maar in een vast vertrouwen de toevlucht nemen tot Gods genade, zodat Hij ons onze zonde en ongehoorzaamheid niet toerekent. Want die mens is rechtvaardig voor God, die zijn overtreding ootmoedig belijdt en met het verdiende oordeel instemt – én daarbij hartelijk om genade bidt, en niet twijfelt dat zij hem zal worden gegeven 

[vgl. HC Vr. en Antw. 60].
Luther: Auslegung deutsch des Vaterunsers für die einfältige Laien, 1519, vgl. WA 2, 100 vv 

woensdag 13 mei 2015

Hemelvaartsdag (2015)

‘Want ook het schepsel zelf zal vrij worden van de dienst der vergankelijkheid, tot de heerlijke vrijheid van Gods kinderen. Want wij weten dat de hele schepping met ons zucht en in barensnood is tot nu toe ’ (vgl. Romeinen 8:21 vv, weergave DB 1545).

De apostel laat ons in deze woorden zien dat alle schepselen die God heeft geschapen (vgl. Genesis 1:1-31), eenmaal weer vrij zullen worden van hun dienst aan het vergankelijke. Wat wil dat zeggen? Dat alle schepselen tot de jongste dag ‘dienstknechten’ en ‘dienstmeiden’ zullen zijn – niet van de vromen, maar van de duivel en de zondaren. Nu beklaagt Paulus zelfs de lieve zon en alle andere schepselen dat zij de duivel en de onderdrukkers moeten dienen. Denk evenwel niet dat zij dit gewillig doen – ze verdragen het echter toch en wachten. Waarop? Op de heerlijke vrijheid van Gods kinderen.

Dán zijn de schepselen van deze kwade dienst verlost en hoeven zij niet meer onderworpen te zijn aan de duivel en de zonde. De schepping zal dan ook vrij worden en veel heerlijker en mooier. Voortaan zal zij alleen de kinderen van God dienen en geen gevangene meer zijn van de duivel, zoals nu het geval is. Daarom zegt Paulus dat de hele schepping uitziet naar de uitnemende openbaring en heerlijke bevrijding van Gods kinderen. Hij zegt: ‘Niet alleen de schepping doet dat, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben – ook wij zuchten en verlangen in ons zelf naar het kindschap en wachten op de verlossing van ons lichaam’ (vgl. Romeinen 8:23).

In het Onze Vader bidden, roepen, zuchten en verlangen wij dit ook in de bede ‘Uw Rijk kome’. Daarin bidden wij: ‘Geef, lieve Heere, dat de zalige dag van Uw heerlijke toekomst spoedig komt, dat wij uit deze ellendige wereld, het rijk van de duivel, verlost en bevrijd worden. Zodat wij eindelijk worden ontheven van de gruwelijke plagen, die wij uitwendig en inwendig, zowel door mensen als door ons eigen geweten moeten lijden.

Heere, dood toch dit sterfelijk lichaam hoe langer hoe meer, totdat wij eenmaal een nieuw lichaam krijgen dat niet zo vol zonde en tot alle verdorvenheid en ongehoorzaamheid geneigd is, zoals het nu is. Dat is een lichaam dat niet meer ziek hoeft te zijn, geen vervolgingen meer hoeft te lijden en ook niet meer hoeft te sterven, maar – weer met de ziel verenigd – verlost is van alle lichamelijk en geestelijk ongeluk, en eindelijk gelijkvormig zal zijn aan Uw verheerlijkt lichaam. Lieve Heere Jezus Christus, geef dat die vrolijke en heerlijke dag van onze verlossing spoedig komt. Amen, ja kom Heere Jezus. Amen.’
Predigten des Jahres 1535, vgl. WA 41, 316, 24 – 317, 21 (verkort).

Uit een preek met als opschrift: ‘De heerlijke troost der christenen in allerlei lijden en droefheid, uit het achtste hoofdstuk van de Brief aan de Romeinen, door D. Mart. Luther gepreekt op 20 Juni, Anno 1535.’

Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com en van onze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage).



maandag 11 mei 2015

De tweede bede: Uw Rijk kome.

Veel mensen die om de komst van Gods Rijk bidden, willen alleen maar zalig worden en verstaan onder het Rijk van God niets anders dan de vreugde en blijdschap van de hemel. Hun vleselijke verstand kan immers niets anders verzinnen. Zij zijn bang voor de hel en willen graag naar de hemel, zodat zij in dit gebed alleen zichzelf op het oog hebben.

Zij weten immers niet dat het Rijk van God niets anders is dan vroom, eerbaar, rein, milddadig, zachtmoedig en barmhartig zijn én zelf ook vervuld zijn met de genade van God. Alleen op deze manier vindt God het Zijne in ons, woont Hij in ons, leeft en regeert Hij in ons. Dat moeten wij eerst en meest zoeken, want dat is de zaligheid, als God in ons regeert en wij Zijn Rijk zijn.

Het is echter niet nodig om de vreugde en blijdschap van de hemel en al het andere wat je kunt bedenken, te zoeken, te bidden of te begeren, want dat komt vanzelf en volgt het Rijk van God op de voet. Zoals Christus ook zegt: ‘Zoek eerst het Rijk van God, en alle andere dingen zullen u toegeworpen worden (vgl. Mattheüs 6:33).

Misschien kan ik het ook duidelijk maken door een voorbeeld uit het dagelijks leven: als je goede wijn drinkt, dan geeft dat vanzelf een blij en vrolijk hart – dat kan je niet tegenhouden. Veelmeer zullen, als genade en deugd (dat is het Rijk van God) in ons volkomen worden, als vanzelf vrede, zaligheid en blijdschap volgen.

Christus zegt niet dat wij het geluk van het Rijk, maar het Rijk zelf moeten zoeken. Velen zoeken het geluk eerst en het Rijk achten zij niet, of het moest omwille van het geluk zijn. Daarom krijgen zij niets. Zij willen het Rijk niet, daarom zullen ze ook het geluk niet hebben.
Auslegung des Vaterunsers für die einfältigen Laien, 1519, vgl. WA 2, 98, 29 – 99,10

Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com en van onze website: www.maartenluther.com (contact op de homepage).